Op de ABC-eilanden begint herstel van kolonialisme bij taal, erfgoed en zelfbeeld

WILLEMSTAD – Herstel van kolonialisme en slavernij wordt vaak verbonden aan excuses, herstelbetalingen of de teruggave van geroofde voorwerpen. Maar op Aruba, Bonaire en Curaçao kan de vraag veel dichter bij het dagelijks leven liggen. Welke taal krijgt een kind op school? Wie bepaalt welke geschiedenis wordt verteld? Welke herinneringen blijven bewaard? En wat doet een koloniaal verleden met de manier waarop mensen naar zichzelf kijken?
Dat zijn vragen die naar voren komen in REPAIR – Learning Cultural Justice from the ABC Islands, een project van de Universiteit Utrecht met culturele organisaties op Aruba, Bonaire en Curaçao en het Eye Filmmuseum in Nederland.
Centraal staat niet één vooraf bepaalde oplossing voor het koloniale verleden. De onderzoekers kijken juist naar wat culturele organisaties op de eilanden zelf al doen en wat daar volgens hen herstelgericht aan is. Daarmee wordt ook duidelijk hoe breed het begrip ‘herstel’ kan zijn.
Wat niet ongedaan kan worden gemaakt
Onderzoeker Jamila Mascat van de Universiteit Utrecht houdt zich al langer bezig met reparaties voor kolonialisme en slavernij. Voor haar begint de discussie met een paradox: werkelijk historisch onrecht kan niet simpelweg worden gerepareerd.
Slavernij, koloniale onderdrukking en de vernietiging van inheemse samenlevingen kunnen niet worden teruggedraaid. Het verleden kan niet ongedaan worden gemaakt. Juist daarom is herstel volgens haar nodig.
Dat betekent niet dat een maatregel het oorspronkelijke onrecht kan uitwissen. Het betekent eerder dat samenlevingen moeten omgaan met de gevolgen van wat onomkeerbaar is. Dat vraagt volgens Mascat om het onder ogen zien van pijnlijke geschiedenissen, verantwoordelijkheden en herinneringen, en om na te gaan wat in het heden opnieuw kan worden opgebouwd.
Daarbij kunnen symbolische, emotionele én materiële vormen van herstel een rol spelen. Het antwoord op de vraag wat mensen als herstel ervaren, is volgens haar bovendien niet overal hetzelfde.
Geen universele reparatie
In het internationale debat kan herstel uiteenlopen van financiële compensatie tot landteruggave, veranderingen in onderwijs en cultuurbeleid of het aanpakken van hedendaagse economische ongelijkheid.
Mascat wijst erop dat ook binnen gemeenschappen geen overeenstemming hoeft te bestaan.
In de Verenigde Staten wordt bijvoorbeeld gediscussieerd over rechtstreekse betalingen aan nazaten van tot slaaf gemaakte mensen. Haïti vraagt Frankrijk om financiële genoegdoening vanwege de betalingen die het vanaf 1825 moest doen nadat Frankrijk de onafhankelijkheid van de voormalige kolonie erkende. Elders staat teruggave van land centraal.
En er zijn ook voormalige koloniën waar activisten herstelbetalingen niet als de meest urgente kwestie beschouwen.
Daarom begonnen de onderzoekers achter REPAIR niet met een lijst van maatregelen die op de ABC-eilanden zouden moeten worden uitgevoerd. Zij vroegen de deelnemende organisaties wat er al gebeurt en welke elementen daarvan volgens hen kunnen bijdragen aan herstel.
Dat levert een veel breder beeld op dan alleen musea, monumenten of koloniale collecties.
Kolonialisme in het klaslokaal
Op Aruba komt de koloniale erfenis volgens Vicky Arens-Tjon-A-Tjoe, directeur van Cas di Cultura, onder meer terug in het onderwijs. Een van de fundamentele vragen is voor haar de positie van het Nederlands.
Zij vindt het problematisch dat Nederlands in het onderwijs als primaire taal wordt behandeld, terwijl Papiamento voor veel Arubaanse kinderen hun moedertaal is. Nederlands zou volgens haar meer moeten worden benaderd als een taal die kinderen leren vanuit hun eigen taalbasis.
Tegelijk plaatst zij ook een kritische vraag bij Aruba zelf. Als goede beheersing van het Nederlands zo belangrijk wordt gevonden vanwege toekomstige studies, waarom wordt de taal dan niet veel intensiever aangeboden via televisie, radio, kinderprogramma’s en andere kanalen buiten de school?
En daarachter ligt een nog fundamentelere vraag: Nederland heeft het Arubaanse onderwijssysteem mede vormgegeven. Waarom heeft het Nederlandse onderwijs zich sindsdien wel ontwikkeld, vraagt zij zich af, en het Arubaanse systeem volgens haar onvoldoende? Voor Arens-Tjon-A-Tjoe is dat niet los te zien van koloniale machtsverhoudingen.
Herstel van zelfbeeld
De gevolgen daarvan zitten volgens haar niet alleen in systemen, maar ook in mensen. Kolonialisme heeft volgens Arens-Tjon-A-Tjoe op Aruba een samenleving achtergelaten waarin mensen zich in bepaalde situaties nog steeds ondergeschikt kunnen voelen aan witte mensen.
Ook in de manier waarop kinderen worden opgevoed en onderwezen ziet zij restanten van oudere patronen. Zij noemt onderwijspraktijken waarin kinderen worden beschaamd, bang gemaakt of vooral geacht stil te zijn, in plaats van te worden aangemoedigd vragen te stellen, een mening te vormen en die uit te spreken.
Daar zet zij het beeld tegenover van Nederlandse kinderen die juist worden gestimuleerd mondig te zijn.
Voor haar kan herstel daarom ook betekenen dat mensen meer kennis krijgen van hun eigen afkomst, cultuur en gebruiken. Wie weet waar hij vandaan komt en ervaart dat de eigen cultuur volwaardig is, kan volgens haar sterker reageren wanneer die achtergrond wordt miskend of geringschattend wordt behandeld.
In die betekenis gaat herstel niet alleen over instituties. Het gaat ook over zelfbeeld.
Niet één Caribisch verhaal
Dat betekent niet dat alle eilanden op dezelfde manier naar hun koloniale verleden kijken. Arens-Tjon-A-Tjoe wijst er juist op dat ook tussen de eilanden verschillen bestaan. Mensen kunnen bijvoorbeeld denken dat slavernij op een ander eiland minder zwaar was dan op het eigen eiland, en vervolgens menen te kunnen bepalen welk herstel daar passend zou zijn.
Volgens haar kunnen zulke onderlinge beelden en vooroordelen zelfs doorwerken in discussies over beschikbare subsidies en de verdeling daarvan. Dat is een belangrijk onderscheid. Het Nederlands Caribisch gebied heeft een gedeeld koloniaal verleden, maar niet één gedeelde ervaring daarvan.
Ook onderzoeker Camila Malig benadrukt die verschillen.
Aruba, Bonaire en Curaçao zijn niet hetzelfde
De drie ABC-eilanden hebben niet alleen verschillende geschiedenissen, maar ook een verschillende positie binnen het Koninkrijk.
Aruba en Curaçao zijn landen binnen het Koninkrijk. Bonaire is onderdeel van Nederland. Daardoor verschillen volgens Malig ook de bestuurlijke infrastructuur en de manier waarop beslissingen over cultureel erfgoed tot stand komen.
Wie wil begrijpen wat herstel betekent, moet volgens haar daarom ook kijken naar de concrete omstandigheden op ieder afzonderlijk eiland. De keuze om juist Aruba, Bonaire en Curaçao te onderzoeken heeft nog een andere reden.
Het debat over culturele rechtvaardigheid is volgens Malig op de eilanden wel degelijk aanwezig, maar internationaal minder zichtbaar. Aruba, Bonaire en Curaçao maken bijvoorbeeld geen deel uit van de CARICOM Reparations Commission, die elders in het Caribisch gebied een belangrijke rol heeft gespeeld in het debat over kolonialisme en herstelbetalingen.
De vragen die op de eilanden spelen zijn daarmee niet noodzakelijk minder urgent, maar ze komen volgens haar minder prominent terug in het internationale reparatiedebat.
Curaçao: erfgoed actief betekenis geven
Op Curaçao is de Association of Museums & Heritage of Curaçao bij het project betrokken.
Voorzitter en medeoprichter Zhwendeline Pieter brengt in kaart hoe erfgoedorganisaties op het eiland gezamenlijk werken aan het bewaren, documenteren en ‘activeren’ van cultureel erfgoed tegen de achtergrond van koloniale erfenissen en snelle maatschappelijke veranderingen.
Die formulering is veelzeggend. Erfgoed hoeft niet alleen te worden opgeslagen of beschermd. Het kan ook opnieuw betekenis krijgen in het heden.
Juist daar raken erfgoed en herstel elkaar. Welke verhalen worden opnieuw zichtbaar? Welke geschiedenissen zijn lange tijd naar de achtergrond verdwenen? En welke gemeenschappen herkennen zichzelf wel of niet in de manier waarop het verleden wordt gepresenteerd?
Bonaire en de vraag wie erfgoed kan bewaren
Op Bonaire nemen Bòi Antoin en Emma Louise Pratt van Fundashon Históriko Kultural Boneriano deel aan het project. Zij richten zich op de uitdagingen van het werken met en bewaren van erfgoed op Bonaire.
Ook hier worden in de antwoorden geen afzonderlijke projecten uitgewerkt. Wel past Bonaire bij uitstek bij de bredere vraag van REPAIR: wat betekent zeggenschap over erfgoed op een eiland dat bestuurlijk rechtstreeks onderdeel is van Nederland?
Het gaat dan niet alleen om wat wordt bewaard, maar ook om wie daarvoor middelen krijgt, wie beslissingen neemt en welke lokale kennis wordt erkend.
Een filmarchief met gaten
Ook aan Nederlandse kant wordt zichtbaar hoe koloniale geschiedenis doorwerkt in erfgoed. Het Eye Filmmuseum onderzoekt en restaureert zijn filmcollectie die betrekking heeft op het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Volgens hoofdconservator Leenke Ripmeester is die collectie niet compleet en ontbreekt kennis over de Caribische filmcultuur. Samenwerking met mensen en instellingen op de eilanden moet helpen om gaten in zowel de collectie als de kennis daarover te vullen.
Voor Ripmeester is daarbij belangrijk dat het materiaal niet alleen in Nederland wordt bewaard en bestudeerd, maar ook toegankelijk wordt voor de mensen op de eilanden waarop het betrekking heeft.
Daarmee ontstaat opnieuw dezelfde vraag: wie bezit het materiaal, wie bezit de kennis en voor wie wordt erfgoed eigenlijk bewaard?
Wie mag bepalen wat herstel is?
Uiteindelijk loopt de discussie steeds terug naar één vraag: wie bepaalt wanneer iets herstel is? De onderzoekers willen dat niet uitsluitend zelf doen.
Mascat zegt dat REPAIR juist niet is begonnen met een vaste definitie waaraan projecten moesten voldoen. De betekenis van herstel moet voortkomen uit de concrete ervaringen en prioriteiten van de betrokken organisaties en gemeenschappen.
Maar ook dat is ingewikkeld. Geen samenleving spreekt met één stem. Binnen eilanden bestaan verschillende belangen en opvattingen. En culturele organisaties vertegenwoordigen niet automatisch iedere inwoner. Herstel van kolonialisme blijkt daarmee geen eindpunt waarvoor een universeel recept bestaat.
Op Aruba kan de discussie beginnen bij de taal waarin een kind les krijgt. Op Curaçao bij de vraag hoe een vergeten geschiedenis opnieuw betekenis krijgt. Op Bonaire bij de omstandigheden waaronder lokaal erfgoed kan worden bewaard. In een Nederlands archief kan zij beginnen bij een collectie waarin kennis en materiaal ontbreken.
Wat die voorbeelden gemeen hebben, is dat het koloniale verleden niet alleen een onderwerp uit geschiedenisboeken blijkt te zijn. De vraag is vooral waar het vandaag nog doorwerkt — en wie daar iets aan mag veranderen.





































